huishelp.gif

Meijndert Prins, echtegenoot van Barbara Cruijwagen

En de overige erfgenamen van Anna Vooght

Kavels Nieuwe Gracht

1694 - 1709

Eigenaar: Meindert Prins als in huwelijk hebbende Barbara Cruijwagen

Anna Vooght, degene die de kavels op de Nieuwe Gracht had gekocht, stierf in april 1693 in Haarlem. 

Ze had toen vier kinderen van drie vaders.Geen van haar kinderen trouwde tijdens haar leven.

De kinderen:

Cornelis van Buuren

Gedoopt 12 06 1658 Nieuwe Kerk - Overleden 29 juni 1705

Beroep

1687-01-30 aanstelling tot notaris
1687-02-10 admissie op nominatie van Amsterdam
Leeftijd bij aanstelling 28
Werkzame jaren van 1687 tot 1705
Nevenfuncties
van 1686 suppoost van de Bank van Leening
Locaties (werk, waarschijnlijk ook woning)
van 1689 tot 1692 Halsteeg (Damstraat)
van 1695 tot 1696 Singel, tussen Nieuwendijk en Raadhuisstraat
van 1698 tot 1705 Nieuwebrugsteeg

Niet getrouwd, geen kinderen.

Anna Troost

Gedoopt 13 05 1668 Nieuwe Kerk - Begraven  10 maart 1741 Nieuwe Kerk, komende van de Koestraat bij de Kloveniersburgwal. 

Trouwt 17 april 1696 te Abcoude (met attestatie van Amsterdam) Mathijs Brouwer. Beiden zijn 27 jaar. Hij wordt geassisteerd met zijn moeder Maria van Asperen en komt van de Keizersgracht. Zij  wordt geassisteerd met haar broer Cornelis van Buuren en komt van de Singel (Cornelis heeft dan ook kantoor op de Singel). 

Mathijs Brouwer geboren 1668 Amsterdam  - begraven 18 juli 1711 Nieuwe Kerk. komende van 'agter het begijnhof'.

Beroep

Solliciteur = Zaakwaarnemer (voor kleine rechtszaken).  22 03 1706 door Jan Troost  aangesteld als assistent, samen met Noelmans. Jan Troost was 

curator van desolate boedels. 

Kinderen

Twee zoons, Gerrit in 1702 en Jan in 1704. Grappig genoeg moest Jan in 1754  bewijzen dat hij en zijn broer de enige kinderen waren van hun ouders. Dit in verband met de verkoop van 'De gekroonde Schoen' in de Halsteeg vanouds 'De Vogelenzang', erfenis via hun moeder van hun oma  Anna Vooght. 

Barbara Cruijwagen

Remonstrants gedoopt aan huis 24 07 1672 - Overleden na 1715

Trouwt 22 augustus 1694 te Haarlem met Meijndert Prins, weduwnaar van Vrouwtje Blom. Hij woont op de Grote Markt en zij in de Wijngaardstraat.

Meindert Prins geboren te Saerdam (Zaandam)  - overleden na 1715, waarschijnijk in Saerdam. (Zaandam)

Beroep

Impostmeester te Haarlem. 

Kinderen

Drie kinderen uit het huwelijk van Mijndert Prins en Vrouwtje Blom: 

Anna, september 1687, Mijndert, februari 1690 en Willem, september 1692. 

Met Barbara Cruijwagen:

Jan 19 01 1695, Henrick 20 05 1996, Beiden gedoopt in Haarlem. Jacobus, 3 12 1706, Jacob 03 02 1709, deze beiden gedoopt in Amsterdam, Jacobus  zal niet veel ouder dan twee jaar geworden zijn. In Westzaandam wordt in november 1710 een kind van hen begraven, en in Oostzaandam wordt 10 01 1715 een laatste kind, Cornelis, gedoopt.

Hendrick Cruijwagen

Geboren ca. 1676 - overleden na 1709

Trouwt 28 april 1704 te De Bilt Gijsberta Verhagen. Hij woont in Weesp, zij in Utrecht.

Gijsberta Verhagen gedoopt 27 11 1678 te Utrecht  - overleden na 1709.

(Haar vader is de broer van Petronella Verhagen en Petronella Verhagen was weer de vrouw van Isaack Vooght, broer van Anna Voocht). 

Beroep

Koopman

Kinderen

Twee meisjes, Sibilla in 1706 en Barbara in 1708. Allebei gedoopt in Amsterdam. Bij de laatste waren Meindert Prins en Barbara Cruijwagen getuigen.

Andersom waren Hendrick en Gijsberta getuigen bij de doop van de zoon van Barbara en Mijndert, Jacob in 1709, ook in Amsterdam.

Dit was van Hendrick en Gijsberta het laatste levensteken in de archieven. 

Na de dood van Anna Vooght wordt haar zoon Cornelis van Buuren voogd over de twee minderjarige kinderen. Maar niet samen met de beoogde voogd Dirck Munter, de 'raad en out schepen en colonel'. In plaats daarvan is het ene Evert Storinck, 'cooperslager wonende op de Niesel'. 

Het kan zijn dat de minderjarigen Barbara en Hendrick in eerste instantie naar Utrecht werden gestuurd, naar tante Petronella Verhagen, weduwe van oom Isaack Voogcht. Omdat tante nogal in de schulden zat en geholpen werd door haar broer Pieter zou het ook kunnen dat Pieter en zijn vrouw hen opvingen. Hendrick is later met hun dochter Gijsberta getrouwd. 

In ieder geval is Hendrick, als hij al in Utrecht was, waarschijnlijk vrij snel  naar zijn oom Jacob Cruijwagen en tante Barbara Luls in Weesp gegaan. Toen zijn eerste kind in 1706 gedoopt werd waren zowel Petronella Verhagen uit Utrecht als oom Brandolphus (Tweede man van tante, oom en tante zelf waren overleden) uit Weesp getuigen. In 1708 woonde hij en zijn vrouw Gijsberta nog steeds in Weesp.

 

In de huwelijkse voorwaarden van Barbara Cruijwagen en Meindert Prins, opgemaakt 4 augustus 1694, wordt zelfs tweemaal gezegd dat Barbara uit Utrecht kwam. Maar wanneer ze 22 augustus trouwt woont ze in de Wijngaardstraat te Haarlem. Ze was 22 jaar en al drie maanden zwanger. Het lijkt erop dat ook zij, zo snel ze meerderjarig was (voor meisjes was dat 21, voor jongens 25 jaar)  terugkeerde naar de stad waar haar moeder was overleden. 

Huwelijkse voorwaarden notaris Akersloot te Haarlem 04 08 1694

Hoe het verder ging met de onroerende goederen van Anna Vooght:

Uit diverse verkoopakten valt aardig te reconstrueren hoe de bezittingen na de dood van Anna verdeeld en verkocht zijn. Maar er zijn ook zaken in de familie die onopgelost blijven. 

Uit de al eerder genoemde verkoopakte van Jan Brouwer uit 1754 blijkt dat er een onderhandse akte van scheiding des boedels is geweest op 21 juni 1698. Blijkbaar zijn zowel 'De Beker' als 'De Vogelenzang' in de Halsteeg  aan Anna Troost toegewezen.

Volgens het testament van Anna Voocht uit 1691 mocht 'De Beker' pas verkocht worden door eventuele kleinkinderen. Behalve wanneer er een uiterste noodzaak was, om niet in armoede te vervallen. Dit gold ook voor 'De Leest'. Maar Hendrick,  blijkbaar heeft hij 'De Leest' toebedeeld gekregen, verkoopt het al in 1702. 

Akte van verkoop van 'De Baers', vanouds 'De Leest' 16 06 1702

Saillant detail is dat in 1702 het belendend huis van 'De Leest' aan de oostzijde van Mattheus Brouwer is (klopt, dat is 'De Beker'. eigenlijk van zijn vrouw Anna Troost) en het huis aan de westzijde van Mattheus en Barnardus Brouwer. Barnardus was de broer van Mattheus. 

Cornelis van Buuren, de oudste zoon, erfde blijkbaar 'De drie Tassen' later genoemd 'Amsterdam'. Hij stierf in juni 1705.

Hendrick Kruijwagen verkoopt dit huis, nog geen twee maanden na de dood van zijn halfbroer Cornelis, op 4 augustus 1705.

Akte van verkoop 06 en 29 augustus 1705 notaris Akersloot te Amsterdam

.

Hendrick heeft namelijk de helft van dit huis van Cornelis geërfd. De andere helft erven de kinderen van Barbara Cruijwagen over wiens kinderen Hendrick voogd is. Dit is uitzonderlijk omdat de ouders van de kinderen nog gewoon leven en gepasseerd worden door de voogd. In latere akten wordt

Meijndert Prins surrogerend voogd genoemd. Dat wil zeggen dat hij zo benoemd is door Hendrick en voogd over zijn eigen kinderen wordt wanneer Hendrick ontslag neemt of sterft. Wie Hendrick als voogd benoemd heeft is niet bekend. 

De verkoop gaat overigens niet van een leien dakje.De nieuwe eigenaar, Jan Tusing, meester schoenmaker, weigert te (of kan niet) betalen. 

29 augustus neemt Hendrick daarom een procureur in de arm om namens hem het geld (4200 gulden) op te eisen. Blijkbaar is dit niet afdoende want  

twee (!) jaar later, 30 augustus 1707, geeft Meijndert Prins volmacht aan zijn zwager Matthijs Brouwer om (o,a,) alsnog het geld te innen.  Januari 1708 is het eindelijk zo ver en ontvangt Meindert Prins in ieder geval zìjn deel van het geld (1117 gulden). 

In de akte uit 1707 staat iets verontrustends. Het gaat in een zinnetje over 'de curateurs en crediteurs van den boedel van Hendrik Cruijwagen'. Het lijkt erop dat Hendrick failliet is gegaan. Meerdere gegevens heb ik echter niet kunnen vinden, zoals veel van Hendrick's leven onduidelijk is. 

Kwitantie 25 01 1708 notaris Lindouw te Amsterdam 

Jan Tusing tenslotte woont tevreden in zijn huis in de Halsteeg, van waaruit hij in mei 1723 wordt begraven in de Zuiderkerk. 

In 1709 verkopen Matthijs Brouwer en Anna Troost het huis 'waar de kruijwagen in de gevel staat'. Dat was vanouds 'De Beker'.  

Alle huizen van  Anna Vooght in de Halsteeg, behalve  'De gekroonde schoen', zijn nu verkocht. 

Barbara Kruijwagen, Meindert Prins en de kavels op de Nieuwe Gracht

Blijven over Meijndert Prins, kersverse man van Barbara Kruijwagen en de kavels aan de Nieuwe Gracht in Haarlem. Al eind 1694 wordt door de hele familie besloten dat twee kavels verkocht moeten worden. Onderhands of openbaar, maakte niet uit. Ze wezen Meindert Prins aan om dit voor elkaar te krijgen. Deze kavels waren nog niet bebouwd, net als veel andere kavels aan de Nieuwe Gracht. Het op dat moment grootste en imponerendste huis was van van onze directe buurman aan de westkant,  Romijn de Hooghe. (gebouwd 1688 - 1690)

cornelis van buuren meindert prins 1699 B.jpg

Akte van 10 en 11 december 1694

Notaris Akersloot te Amsterdam

Compareerde voor mij Pieter van Akersloot nots publicq
bij den Ed. Hove van Holland geadmitteerd binnen Amsterdam
residerend present de getuygen   Cornelis van Buuren

De eersaeme Cornelis van Buuren, mede notaris binnen dese stadt en jufr. anna troost, meerderjarige dochter, mede erfgenamen van haer moeder zaliger Anna Vooght, laest weduw van Jan Cruijwagen zaliger, mitsgaders dr. Cornelis van Buuren, notaris en Evert Stoorincq, beijde als voogden over Hendrick Cruijwagen, soon en mede erfgenaam van de voorz Anna Vooght, laest weduwe van Jan Cruijwagen zaliger voorn, alle woonende binnen dese stad en verclaeren te constitueeren en magtig te maken, sulcx doende mits desen,  de eersaeme Meijndert Prins, hunlieden swager, woonende tot Haerlem, omme uijt de naemen vanweegen haer  comparanten voor haar portie te vercoopen en te gelde maken publiiq off uijttehant soo hij te raden werden sal seeckere twee leege erven, gelegen op de  eerste nieuwe gracht  binnen de stadt Haerlem  gecoomen uijt de boedel van voorz Anna Voogt zaliger en dat voor de sodanig somme van penningen en aen sodanig persoon of persoonen als hij sal coemen goet te vinden, de cooper of coopers deselve behoorlijck te transporteren en op te dragen soo des behoort, en dienvolgend te  compareren voor de Ed. heeren van de geregt der stadt Haerlem, of sodanig als van noden sal sijn, de cooppenningen van cooper of coopers te ontfangen van den ontfanck
quitantie te passeeren en voor namaning te waeren, des noot  cautie te stellen voor de vrijwaringe, de borgen te leveren te indemneeren, guaranderen vrij cost en schadeloos te houden van haer t'interpendeeren borgtogt en voorts alles te doen en verrigten wes de contituanten of ieder van deselve present  te sijne souden of dine cause of vermogen te doen, belovende voor goet, vast ende van waerden tot allen causen en doen houden t'geen door de geconstitueerden sal werden gedaen en verrigt, onder verbant   en submissie als na regten, dat aldus passeerd binnen Amsterdam in presentie van Dirck Schuer en Rutger Sirpman als getuygen,
den 10 en 11 december 1694

(Met dank aan Geert Ouweneel voor het helpen transcriberen)

Meindert Prins

Meindert Prince kwam uit Saerdam (Nu Zaandam). Hij trouwde twee keer in Haarlem, was daar jaren impostmeester en stierf in Saerdam. 

Hij en zijn tweede vrouw Barbara Cruijwgen waren op huwelijkse voorwaarden getrouwd.

meijdernt prins huwelijk vrouwtje bloemert spekstraat 13 mei 1685.jpg

Huwelijk Meindert Prins en Vrouwtje Blom

Ze wonen beiden in de Spekstraat

Haarlem 13 mei 1685

meijdert_prins_huwelijk_haarlem_augustus_1694-420x235.jpg

Huwelijk Meijndert Prins en Barbara Kruijwagen. 

Hij woont op Grote Markt, zij in de Wijngaardstraat.

Bijzonder en zeer ongebruikelijk is dat er bij het huwelijk 12 gulden aan de armen werd gegeven. 

Haarlem 4 augustus 1694

Impostmeeester, ook wel genoemd pachtermeester of pachter. 

Voor de Nederlandse steden in de 17e en 18e eeuw golden verbruiksbelastingen als een vaste bron van inkomsten. Burgers werd geld gevraagd voor de uitvoering van bestuurlijke zaken en verdediging, belangrijk in een tijd van vele oorlogen. Deze belastingen heten accijnsen, ook wel imposten. 

Hieronder vielen  bv  goederen als graan, vlees en zout.  En  bier, wijn en de brandstoffen uit die tijd: turf en kolen. Ook over het malen van graan moest belasting worden betaald.

Zij waren een zware last. William Temple, een Brits diplomaat en essayist, schreef in 1672 dat in Amsterdam, voordat een schotel vis met gewone saus kon opgediend  worden, men al 30 verschillende belastingen had betaald!

Het innen van accijnzen werd door de stadsbesturen verpacht. De impostmeesters moesten borg staan voor het bedrag dat het stadsbestuur binnen wilde krijgen en

waren aan burgemeesters verantwoording schuldig. 

Op zijn beurt, althans in het geval van Meijndert Prins, stonden anderen weer borg voor hem (akten uit 1691 en 1693). 

De impostmeesters verdienden met het innen van belastingen de kost, door net iets meer belasting op te halen dan zij aan het stadsbestuur moesten afstaan.

Daar konden ze zeer rijk mee worden. Wanneer echter te weinig opgehaald werd kwamen ze in grote problemen en konden failliet verklaard worden.

Zij hadden vérdragende bevoegdheden en genoten de steun van de overheid. Wilden de impostmeesters geen verlies lijden, moesten ze geslepen zijn om de vele fraudes te ontdekken. Daarvoor hadden zij opzichters en collecteurs aangesteld aan wie zij tegen betaling een deel van de pacht overdroegen.

De imposten werden op den duur steeds ingewikkelder, hetzij om fraude te voorkomen, hetzij om er meer uit te halen.

Lange tijd ging dit systeem goed. Maar toen steeds meer pachters wel erg veel belastinggeld aan hun baantje overhielden en de te betalen belastingsommen over producten steeds hoger werden, kwam men in opstand. 

De aanleiding was een nieuwe belasting, in 1696 ingevoerd in steden en gewesten op trouwen en begraven. De belasting op begraven leidde in  Amsterdam tot een groot oproer, dat bekend is geworden onder de naam ‘aansprekersoproer’. (Aansprekers gingen naar familie en bekenden om de dood van iemand te melden). 

Het oproer werd neergeslagen maar het bleef, ook in de rest van het land, onrustig. In 1747 was het grote Pachtersoproer. Dit had tot gevolg dat aan de ergste misbruiken een eind werd gemaakt. Maar pas in de Franse tijd werden impostmeesters ambtenaren. 

belastingkantoor picart 1704.jpg

De belastingpachter, Bernard Picart, 1704.

Meijndert Prins had vele ijzers in het vuur. Hij was volgens een schrijnend rekest (verzoekschrift) uit 1698  impostmeester van de stadsturf, stadsbier, het brouwersgeld, stadsbrandewijn en van het gemaal.  Maar het ging in 1698 (en waarschijnlijk al eerder) helemaal mis. Ondanks dat hij zelf geld bijlegde was er te weinig opgehaald. Als redenen noemt Meindert Prins o.a de koude winter met langdurige vorst en de economische achteruitgang waardoor veel mensen in armoede waren vervallen. Hij vraagt om een jaar uitstel van betaling.

Het antwoord van het stadsbestuur kennen we niet. Maar in 1705 wordt hij 'gewesen pagter' genoemd. Misschien is hij zelfs uiteindelijk failliet verklaard. Het waren in ieder geval zeer zware tijden. 

Hieronder het rekest uit 1698. De in onze ogen onderdanige toon was toen, zeker in een rekest,  een normale beleefdheidsvorm.

rekest Meindert Prins 1698 A.jpg
rekest Meindert Prins 1698 B.jpg
rekest Meindert Prins 1698 C.jpg

Aan de ed: groot agtb: heren
burgemeesters en regeerders der
stadt haarlem

geeft onder schuldige eerbiedigheijt te kennen     
meijndert prins wonende binnen dese stadt
hoe dat hij suppt. in de jaare 1693 heeft
aangestaan gehadt de accijns van de stadts
turf  voor de somme van 18150 - waar op
hij selft verlooren gehadt  f 1072: 16 :2  item
nog int selve jaer de accijns van de stadtsbiren
voor de somme van  f 13100-.- waer op is
verlooren f 1503: 0 :-  als meede  het
stads brougeldt voor een somme van f 5730-:-
waer op is verlooren  f 1097: 0 :4 dat den suppt.
op hope dat hij het voorz  verlies  soude
te boven komen, in den jaere 1694.  wederom heeft
aangestaen, den accijns van de bieren dog in
plaets van daer op te winnen wederom
heeft verlooren  gehadt f 2209 :12 :12  en aen de
accijns van de stads brandeweijnen f 1402 :2 :-
dat hij suppt. in de jare 1696 wederom
hebbende  aengestaen  de stads brandeweijnen
in de jare 1697, de accijns van de waag hij
suppt. wederom op de brandeweijnen heeft
verlooren f 4001 - 2 - en op de accijns van de waag
f 1121 -0-0 makende te samen de somme van f 12405 -19-
alles blijckende bij de orgineele collectboeken
daer van gesonden en die (des noots) aen u ed:
agtb: sullen werden geexhibeert en off wel
den suppt. doen ..... reedenen hadde
sig te aderesseren aan ued: groot agt:
om van de  selve te versoeken in consideratie
van de voors groote verliesen  eenige gratie

te wense de wijle de voorz: schade was
veroorsaect daer de nering laag seijt mitsgaders
de fataliteijten van de saizoenen des jaers soo
heeft egter hij suppt. niet tegenstaande dit
alle de voorz: accijnsen  aen de heeren thesauriers
ten vollen voldaen en betaalt het is wijders
sulcx dat hij suppt.  in den jare 1693 wederom
heeft aengestaen gehadt de accijns van de stadts
turf voor de somme  van f 18200,-,- mitsgaeders
het stadts gemaal voor de somma van f 9000-
op welke turf hij  suppt. hebbende betaelt
in distincte wijsen, aen de heren thesauriers  f  14800-
en opt gemaal  f 3750-;- en geen  apparentie  
siende welc eerste te kunnen betaalen heeft hij
sig bij regt, geaderesseert aen ued: groot agt:
en van de selve versogt. vermits de heeren
tesauriers hem tot betalinge van de
restanten executeerde voor seekeren korten tijt
surcheantie van executie  dan vermits de
voors: tijt van surcheantie is verloopen en
hij suppt. wederom met  verderen executie
door de heren thesauriers wort gedreijgt  niet
tegenstaande hij op den accijns van de stadts turf
+  sedert  de voorz surcheantie nog heeft betaalt
f 1100 - -  gul: en sulx al wederom  drie hondert
negenensestig gul: ...  als van den voors:
accijns is gecomen en hij suppt. nu geen midddel
meer en weet om de heren  thesauriers het
resterende  te voldoen de wijle op het gemael
meede meer dan 2000 gl.   in dito loopende saisoen
sal werden verlooren  wert  hij suppt. genootdrucht
sigh te keren tot ued:  groot agt: ...
reverentelijck  versoekende  u ed: groot agtbare in agting
gelieve te nemen de voortz  werklijcke  schaaden
en verliesen die hij soo veele jaren agter
den anderen heeft gehadt en concidert hier

somme van penn: die hij niet tegenstaande
alle die verliesen aen heren  thesauriers heeft
betaalt en welke schade niet door onagtsaem
nog toedoen van de suppt. maer die van den turf
door de langdurige vorst  van voorgaende
winter saisoen en die vant gemael meede
door de voorz: harde winter, mitsgaeders
het verval der fabrique en anderen hant...
sijn veroorsaect  waer door selfts eens soo
veel arme familien sijn gecomen ten laste
van de arme godshuisen als in voorgaende jaren
bidt hij suppt. ootmoedlijck dat de voorz:
surcheantie  mag werden verlengt der tijt
van twalev maanden mits dat
de suppt. alle maanden aen de heren thesauriers
forneere alle sodanige penn:  als hij albereijts 
heeft en van tijt tot tijt van den accijns vant
gemael sal komen te ontfangen      doende

m prins
1698:

supp. = suppliant  (een suppliek = een verzoek- of smeekschrift)

reverentelijk = eerbiedig, ook met gepaste eerbied

forneren = verschaffen, voorzien

albereijts = reeds

De twee onbebouwde kavels op de Nieuwe Gracht. Nu Nieuwe Gracht 9

In september 1697 vond Meijndert Prins eindelijk een koper voor de  twee onbebouwde kavels van de Nieuwe Gracht. De koper was Salomon van Echten. Het wordt verkocht voor 275 gulden.

Salomon van Echten was lid van de vroedschap van Haarlem en sinds 1680 ontvanger van de gemenelandsmiddelen, sinds 1689 gecommitteerde

van de  Admiraliteit te Amsterdam en sinds 1695 gecommitteerde van de Generaliteitsrekenkamer.  

Kortom: hij was een man van aanzien en met geld. Meer hoeven we ook niet van hem te weten want hij verkocht de kavels al vier dagen later

voor 375 gulden aan Isaack van Hove. Hij maakte er dus 100 gulden winst op. 

Isaac van Hove verkoopt deze kavels in februari 1703 aan Herman Gerlings. 

Nu komt het eigenaardige: als buur aan de westkant (onze kavel) staat vermeldt Quirijn van Srijen. Officieel koopt Quirijn het echter pas in 1709.

De twee kavels die overblijven. Nu Nieuwe Gracht 11

Meindert Prins en Barbara Cruijwagen hadden in 1697 vier kinderen. Twee kinderen uit het vorige huwelijk van Meindert met Vrouwtje Blom,  Anna, en Meindert. Samen hadden ze twee kinderen, Jan (1695) en Hendrick (1696). Het is waarschijnlijk dat Willem, het laatste kindje uit het eerste huwelijk, al overleden was.

Toen de laatste kavels verkocht werden in juli 1709, onder rare omstandigheden (daarover zo meer), stonden er aan de grachtkant een huis en erf met een tuin daarachter, uitkomende met een woon- en pakhuis in de Ridderstraat.

Het kan zeer goed zijn dat Meindert Prins vanaf 1694, toen hij via zijn vrouw Barbara mede de kavels erfde, begonnen is met  bouwen. In 1694 was er immers financieel nog geen vuiltje aan de lucht. In dat geval zijn in ieder geval de kleine Jan en Henrick hier geboren. Zij zijn ook de twee kinderen die in 1705 van oom Cornelis van Buuren erfden. 

Zoals gezien in het rekest van 1698 gingen de zaken voor Meindert Prins steeds slechter.

Volgens akten woonde hij in 1709 nog in Haarlem. Maar in 1710 woont het gezin in Saerndam (Zaandam), de geboorteplaats van Meindert.

Er wordt hier een kind begraven en nog een nakomertje (Cornelis) geboren in 1715. Meindert verleent zijn toestemming voor het huwelijk van Anna, zijn oudste dochter, op 19 april 1715.  Hierna lost het leven van Meindert en Barbara op in de mist van de tijd.

De verkooppakte uit 1709

De verkoopakte uit 1709 roept veel vragen op. Het wordt uitgevoerd door een deurwaarder en er staan maar liefst drie data in. De akte zelf is van 11 juli 1709.  Er is een uitspraak (appoinctement) gedaan op 10 augustus 1701 en de deurwaarder is op 24 september 1705 geauthoriseerd tot het verkopen de kavel met huis en erve, tuin en huis- en pakhuis in de Ridderstraat aan mr. Quirijn van Strijen. Er staat dat de voormalige eigenaar 'Meindert Prins, gewesen pagter' is. 

Uit de verkoopakte van de eerder verkochte kavels (nu nr. 9)  uit 1703 wordt Quirijn van Strijen echter al als buurman genoemd. 

Helaas is er verder niets meer te vinden in de archieven. 

De kinderen van Meindert en Barbara

Van vier van de kinderen is bekend hoe hun leven verder ging. 

Anna, het oudste kind van Meindert en Vrouwtje Blom, trouwde 19 april 1715 in Amsterdam met Albert Dasvelt. Hij is 23 jaar, wijnkoper en woont op dat moment in de Vijselstraat. Zij is 27 jaar en woont op de Herengracht. Ze trouwen in de Waalse Kerk. De dienstdoende klerk die de ondertrouw inschreef was moe, blind of doof, want hij schrijft haar in als 'Johannes'. 

anna prins huwelijk dasfelt 19 april 1715 .jpg

Ze krijgen twee kinderen, in 1716 een meisje en in 1717 een jongen. Allebei worden ze  Luthers gedoopt. Het meisje wordt een maand en de jongen 8 maanden.  Anna zelf wordt 18 november 1719 begraven in de Nieuwezijds Kapel, komende van 't rokin, op de hoek van de Wijde Lommertsteeg'.

Van Albert Dasvelt zullen we zo meer horen. 

De volgende waar we meer van weten is Meindert, de oudste zoon van Meindert en Vrouwtje Blom. 

Huwelijk: 29 November 1711 - Westzaandam
Meijndert Prins jm in de Moolenbuurt, Aagje Hopmans jd in de Halsstraet aan de Oostsij

Met Aagje verhuist ook hii naar Amsterdam. Hij is chirurgijn op Kattenburg. De zus van Aagje machtigt hem  in 1719 om haar financieën te regelen, hij is tenslotte 'medicinae doctor en chirurgijn'. Ze tekent met een kruisje. 

Aagje en Meijndert krijgen twee kinderen. Een jongen in  mei 1714 en een meisje in september 1717. Eind september wordt één van de twee kinderen begraven in een gemeen graf, komende uit de Gaapersteeg.